Oorzaken van kansarmoede

Welkom!

Voorwoord

Inhoud

Inleiding

Begripsomschrijving

Situatie in Vlaanderen

Kansarmen vs middenstanders

Oorzaken van kansarmoede

Kansarmoedebestrijding

Besluit

Literatuurlijst

4.1 Verschillende mogelijke paradigma’s

Wie heeft er schuld bij kansarmoede? Gedurende de jaren zijn er verschillende visies ontstaan. We onderscheiden er vier. Het individuele schuldmodel legt de schuld van kansarmoede bij de kansarmen zelf. Als je iets meer begrip toont en het wijt aan situaties die ze buiten hun wil overkomen, dan bekijk je kansarmoede vanuit het individuele ongevalmodel. Het maatschappelijke ongevalmodel houdt rekening met maatschappelijke oorzaken. Het gaat hem om plotse en niet te voorziene veranderingen zoals een economische crisis, automatisering, fabriekssluitingen, migraties… Ten slotte kunnen we kansarmoede bekijken vanuit het maatschappelijke schuldmodel. We halen hier aan dat maatschappelijke veranderingen niet zo toevallig en onverwacht komen, maar dat de beter gegoeden niet per se willen bijdragen tot een rechtvaardiger verdeling van de goederen en rechten. We leggen de oorzaak hier bij de maatschappelijke structuren. Mensen die in kansarmoede leven, handelen immers even rationeel als iedereen, maar ze botsen op bepaalde achterstellingsmechanismen die zich voordoen in de verschillende maatschappelijke sectoren.[1]

 

 4.2 Oorzaken

 4.2.1 Inkomen(songelijkheid) en schulden

We mogen kansarmoede niet herleiden tot een zuivere inkomenskwestie. Desondanks blijft het inkomen een goede indicator: de bronnen van inkomen zijn immers verbonden met een verschillende maatschappelijke status of economische hoedanigheid. Kansarmen bezitten meestal de zwakkere inkomensbronnen met een laag en / of onregelmatig inkomen.

In tegenstelling tot wat velen denken, zijn schulden niet per definitie een kansarmoedeprobleem. Ook bij hoge inkomensklassen komen ze voor. Een aankoop van een huis is bijvoorbeeld onmogelijk zonder schulden te maken. Het wordt echter riskant indien men geld moet lenen omdat het inkomen onvoldoende is om in de basisbehoeften te kunnen voorzien. Kijken we bijvoorbeeld naar de belangrijkste uitgavenposten van kansarmen, dan vallen vooral huisvesting, voeding, drank, goederen en diensten, vervoer en communicatie ons op. Kansarmen geven met andere woorden een groter aandeel uit aan leningen voor de eerste noden. Vooral de stijgende prijzen op de vastgoedmarkt leiden ertoe dat de uitgaven hiervoor steeds zwaarder doorwegen in het budget van lagere inkomensgezinnen. Als dit alles resulteert tot een overmatige verhouding van de schuldenlast ten opzichte van het beschikbare inkomen, dan wordt schuldoverlast realistisch. Dit kan zowel oorzaak als gevolg zijn van kansarmoede.

Binnen schuldoverlast kan men vier soorten schulden onderscheiden. Indien kansarmen op krediet kopen uit noodzaak, dan maakt men overlevingsschulden. Aanpassingsschulden spruiten dan weer voort uit een plotse daling van het beschikbare inkomen. Als  je jezelf iets extra wilt gunnen, dan kan dit resulteren in compensatieschulden. Overbestedingschulden, ten slotte, zijn te wijten aan het meer uitgeven dan men verdient – ook bij een behoorlijk inkomen. Vooral eenoudergezinnen, alleenwonenden, grote gezinnen, mensen die leven van een werkloosheidsuitkering, een invalidenuitkering of het bestaansminimum lopen meer kans om een schuldenberg op te bouwen. Ook stijgt de kans op schulden naarmate het opleidingsniveau daalt.[2]

  

4.2.2 Arbeid, wonen en ruimte

Het preventiemiddel bij uitstek om niet in de kansarmoede te geraken blijft natuurlijk een inkomen verwerven. Vooral jongeren en werklozen zijn de doelgroep. Ook minder studiekwalificaties leiden tot een moeilijkere economische en financiële handhaving. Daarnaast zorgen werkloosheidsvallen voor nog een probleem. Ze manifesteren zich via de sociale zekerheid en fiscaliteit bij mensen met een laag verdienpotentieel.[3]

Normaal heeft een Belg het recht op betaalbare huisvesting die aan minimale kwaliteitseisen voldoet. Nochtans wordt dit recht aan veel kansarmen ontzegd. De schaarste van vastgoed leidt tot een stijging van de prijzen. Zelfs voor sociale huisvesting zijn er onvoldoende panden in de gemeentekernen. De wachtlijsten zijn dus heel lang en kansarmen zijn gedwongen te huren op de secundaire private huurmarkt. Meestal kunnen ze zich dan slechts een ongezonde woning veroorloven. Huisvesting neemt een prominente plaats in in hun dagelijkse problemen. Dit uit zich in de huisvestingsval waarbij de inspanningen om het inkomen van kansarmen te verhogen tenietgedaan wordt door de aanhoudend stijgende huurprijzen.[4]

  

4.2.3 Gezondheid(szorg)

Tussen hogere en lagere socio-economische klassen zijn er belangrijke verschillen waar te nemen wat betreft gezondheid(szorg). Dit uit zich in ziekte en sterfte. Mensen in kansarmoede hebben immers een ongezondere leefwijze door leef-, woon- en werkomstandigheden. Ook individueel risicogedrag (roken, voeding…) heeft zijn invloed.

Daarnaast is ook onze gezondheidszorg te duur. Kansarmen worden ontmoedigd door alle administratieve procedures, gevoelens van schaamte en van niet gerespecteerd te worden, gebrek aan toegankelijke informatie, mobiliteitsprobleem en de culturele kloof tussen de hulpvrager en -verlener. Dit alles zorgt voor drempels voor de integrale gezondheidszorg. Daarom komt ziekte vaker voor in de lagere socio-economische klassen. Patiënten met betalingsmoeilijkheden in ziekenhuizen zijn dan ook grotendeels jongeren. Bij hen komen gezondheidsproblemen en de ermee gepaard gaande kosten immers onverwachter.[5]

  

4.2.4 Andere oorzaken

Onderwijs kan zowel positief als negatief kansarmoede beïnvloeden. Het is enerzijds een potentiële hefboom om de vicieuze cirkel te doorbreken, anderzijds produceert en versterkt het kennisongelijkheid. In onze samenleving heerst er immers een belangrijk cultureel conflict tussen hoog- en laaggeschoolden. Ook de opsplitsing in onderwijsvormen heeft ertoe geleid dat bepaalde leerlingen meer kans lopen om achterstelling te ervaren (BSO).[6]

Allochtonen vinden moeilijker werk en woonst. Indien huisbazen dan nog eens horen dat ze een uitkering krijgen van het OCMW, dan liggen de eigenaars nog meer dwars. Hierdoor hebben allochtonen een grotere kans om in de kansarmoede terecht te komen.

Verslaving (alcohol, drugs, gokken...) kan leiden tot verlies van werk, familiale problemen, scheiding, schorsing werkloosheidsuitkering, schulden… en dus tot kansarmoede. Maar ook het omgekeerde geldt: het psychologische effect kan leiden tot verslaving. Criminaliteit[7] is dan weer een overlevingsmechanisme. Slechts een beperkte groep kansarmen bevindt zich hierin, maar sommigen kunnen slechts zo overleven. Niet-kansarme criminelen kunnen echter ook in de kansarmoede geraken. Criminaliteit is dus zowel oorzaak als gevolg van kansarmoede.[8]


 

[1] CRE, J., Evolueren we naar een duale maatschappij? internet (http://www.caleidoscoop.be/inhouden/inhouden10/art10_2_04.html), (1 november 2007).

[2] VRANKEN, J., e.a., Jaarboek 2002: Armoede en sociale uitsluiting. Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, 399 blz.

[3] VRANKEN, J., e.a., Jaarboek 2002: Armoede en sociale uitsluiting. Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, 399 blz.

[4] RENARD, H., Overleven in de hoofdstad, Knack, 24 – 30 oktober 2007, blz. 26-31.

VAN DEN BERGHE, S., e.a., Kwalitatief en betaalbaar wonen: een huizenhoog probleem? internet (http://doks2.khk.be/eindwerk/do/files/FiSe413ebf1701d3db730101fc9c342c14f2/thesis2005872.pdf?recordId=SKHK413ebf1701d3db730101fc9c342c14f1), Niet-gepubliceerd eindwerk, Katholieke Hogeschool Kempen, 2005, 274 blz.

VRANKEN, J., e.a., Jaarboek 2002: Armoede en sociale uitsluiting. Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, 399 blz.

[5] VRANKEN, J., e.a., Jaarboek 2002: Armoede en sociale uitsluiting. Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, 399 blz.

[6] DELEPELEIRE, Y., e.a., Kansarme verwacht veel van de school. De Standaard, 20 december 2007, blz. 19.

VRANKEN, J., e.a., Jaarboek 2002: Armoede en sociale uitsluiting. Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, 399 blz.

[7] CDS, e.a., Kansarme vader die speelgoed stal voor kinderen, is terug bij gezin. “Ik ben geen ordinaire dief”. Het Laatste Nieuws, 30 november 2007, blz. 3.

[8] WITDOUCK, T. (maatschappelijk werkster), e.a., Kansarmoede in Vlaanderen, Mondelinge mededeling, via interview, d.d. 29 oktober 2007.